» Artikel 1.2 Beslistermijn «

1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen. 

3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 [1]  van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid, of een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, 2:12, 4:11, of artikel 4:15.  


[1] Artikel 3.9 tweede lid Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Artikel 3.9

1. Het bevoegd gezag beslist op de aanvraag om een omgevingsvergunning binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. Tegelijkertijd met of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking:  

  • a. doet het mededeling van die beschikking op de wijze waarop het overeenkomstig artikel 3.8 kennis heeft gegeven van de aanvraag, en  
  • b. zendt het in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën gevallen de daarbij aangewezen bestuursorganen een afschrift van die beschikking.

2. Het bevoegd gezag kan de in het eerste lid bedoelde termijn eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen. Het maakt zijn besluit daartoe bekend binnen de eerstbedoelde termijn. Het doet daarvan tevens zo spoedig mogelijk mededeling op de wijze waarop het overeenkomstig artikel 3.8 [2] kennis heeft gegeven van de aanvraag. 

[2] Artikel 3.8  Wet algemene bepalingen omgevingsrecht 

Het bevoegd gezag geeft bij de toepassing van artikel 4.1 [3] van de Algemene wet bestuursrecht tevens onverwijld kennis van de aanvraag om een omgevingsvergunning in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze. Het vermeldt daarbij de in artikel 3.1, tweede lid [4], bedoelde datum waarop de aanvraag is ontvangen.

[3] Artikel 4:1 Algemene wet bestuursrecht 

Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, wordt de aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk ingediend bij het bestuursorgaan dat bevoegd is op de aanvraag te beslissen. 

[4] Artikel 3.1 tweede lid Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Het orgaan waarbij de aanvraag is ingediend, zendt de aanvrager onverwijld een bewijs van ontvangst van de aanvraag, waarin het de datum vermeldt, waarop het de aanvraag heeft ontvangen. In afwijking van artikel 14, eerste lid [5], aanhef en onder b, van de Dienstenwet geldt de daarin gestelde verplichting voor zover deze betrekking heeft op het bewijs van ontvangst, bedoeld in de eerste volzin, voor het orgaan waarbij de aanvraag is ingediend. Artikel 29 [6] van de Dienstenwet is niet van toepassing. 

[5] Artikel 14 artikel 14, eerste lid*****, aanhef en onder b, van de Dienstenwet

1. Een bevoegde instantie die betrokken is bij de afwikkeling van procedures en formaliteiten: 

b. verzendt daarop betrekking hebbende berichten via het centraal loket, voor zover een dienstverrichter waarvoor een bericht bestemd is via het centraal loket aan de bevoegde instantie kenbaar heeft gemaakt dat hij langs deze weg voldoende bereikbaar is. 

[6] Artikel 29 van de Dienstenwet

1. Een bevoegde instantie bevestigt de ontvangst van een aanvraag om een vergunning zo snel mogelijk. De ontvangstbevestiging bevat de volgende informatie:

a. de bij wettelijk voorschrift met betrekking tot die vergunning bepaalde termijn waarbinnen de beschikking wordt gegeven of de termijn van acht weken, bedoeld in artikel 31 [7], eerste lid;

b. beschikbare rechtsmiddelen om tegen de beschikking op te komen.

2. Indien paragraaf 4.1.3.3  [8] van de Algemene wet bestuursrecht op een aanvraag van toepassing is, vermeldt de ontvangstbevestiging tevens dat de gevraagde beschikking van rechtswege is gegeven, indien niet tijdig op de aanvraag is beslist

[7] Artikel 31 van de Diensentwet

1. Indien bij wettelijk voorschrift geen termijn is bepaald binnen welke een beschikking op een aanvraag om de desbetreffende vergunning dient te worden gegeven, wordt de beschikking zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag gegeven. 

[8] paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht  

Positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen