»Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding«

De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet te besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in artikel 2:1, artikel 2:11, artikel 2:16, artikel 2:20a, artikel 2:47, artikel 2:47a, artikel 2:48, artikel 2:48a artikel 2:50 of artikel 2:73 van deze Verordening groepsgewijs niet naleven 

Uitwerkt

artikel 154a Gemeentewet 

1. De raad kan op overtreding van zijn verordeningen en van die van organen waaraan ingevolge artikel 156 verordenende bevoegdheid is gedelegeerd, straf stellen maar geen andere of zwaardere dan hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie, al dan niet met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. 

2. Op de krachtens het eerste lid strafbaar gestelde overtreding van voorschriften met betrekking tot het plaatsen of laten staan van motorrijtuigen op parkeerterreinen of weggedeelten bedoeld in artikel 225 zijn de artikelen 181 en 182 van de Wegenverkeerswet 1994 van overeenkomstige toepassing.

3. De in het eerste lid bedoelde strafbare feiten zijn overtredingen.

4. Onder overtreder wordt verstaan: degene die de overtreding pleegt of medepleegt.

5. Artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing op gedragingen, bedoeld in het eerste lid.

artikel 156 Gemeentewet

1. De raad kan aan het college, een door hem ingestelde bestuurscommissie en een deelraad bevoegdheden overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet.

2. De raad kan in ieder geval niet overdragen de bevoegdheid tot:

  • a. de instelling van een rekenkamer, bedoeld in artikel 81a, of het bij verordening stellen van regels voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie, bedoeld in artikel 81oa;
  • b. de instelling van een onderzoek, bedoeld in artikel 155a, eerste lid;
  • c. de vaststelling of wijziging van de begroting, bedoeld in artikel 189;
  • d. de vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 198;
  • e. het stellen van straf op overtreding van de gemeentelijke verordeningen;
  • f. de vaststelling van de verordeningen, bedoeld in de artikelen 212, eerste lid, 213, eerste lid, en 213a, eerste lid;
  • g. de aanwijzing van een of meer accountants, bedoeld in artikel 213, tweede lid;
  • h. de heffing van andere belastingen dan de belastingen, genoemd in artikel 225, de precariobelasting, de rechten, genoemd in artikel 229, de rechten waarvan de heffing geschiedt krachtens andere wetten dan deze wet en de heffing, bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

3. De bevoegdheid tot het vaststellen van verordeningen, door strafbepaling of bestuursdwang te handhaven, kan de raad slechts overdragen voor zover het betreft de vaststelling van nadere regels met betrekking tot bepaalde door hem in zijn verordeningen aangewezen onderwerpen.

4. De artikelen 139, tweede lid, 140 en 141 zijn van overeenkomstige toepassing op een besluit dat wordt genomen op grond van het eerste lid.

5. Het tweede lid, aanhef en onder a, e en f, en het derde lid zijn niet van toepassing op de overdracht van bevoegdheden aan een deelraad.

artikel 2:1 APV Samenscholing en ongeregeldheden

artikel 2:11 APV (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

artikel 2:16 APV Openen straatkolken e.d.

artikel 2:20a APV Gevaarlijke Voorwerpen

artikel 2:47 APV Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen

artikel 2:47a APV Verplichte route

artikel 2:48 APV Verboden drankgebruik

artikel 2:48a APV Gevaarlijk drinkgerei en verpakkingen

artikel 2:50 APV Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten

artikel 2:73  APV Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling