» Artikel 2:76a Verblijfsontzeggingen in verband met verstoring van de openbare orde «

1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan degene die zich gedraagt in strijd met de Algemene plaatselijke verordening die persoon gelasten zich onmiddellijk te verwijderen van de aangewezen plaats en een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van 24 uur of 48 uur te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de genoemde gedragingen hebben plaatsgevonden.

2. De burgemeester beperkt het in het eerste lid genoemde verbod, indien dit in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.

3. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het eerste lid.