»Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie«

1. De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig artikel 3:4 op de vergunning is vermeld, de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.

2. Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.

Uitgewerkt

artikel 3:4 

1. Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.

2. In de aanvraag om en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld:

  • a. de persoonsgegevens van de exploitant;
  • b. de persoonsgegevens van de beheerder;
  • c. het aantal werkzame prostituees;
  • d. de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf;
  • e. bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; en
  • f. bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimte bestemd voor de seksinrichting.

3. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.